Gebouwen en interieur Gebouwen en interieur
De kerk van Lewedorp

Vóór 1953 was er in Lewedorp alleen een rooms katholieke kerk. Hervormden en gereformeerden kerkten in Nieuwdorp. Vanaf 1941 hielden de gereformeerden kerkdiensten in de christelijke school in Lewedorp en in 1953 bouwden zij hun eigen kerk met pastorie op de hoek van een vrijwel lege Scheldestraat en Zandkreekstraat. De kerk was klein en eenvoudig, maar voldeed aan de behoefte. Een klokkentoren werd er niet opgezet; dat werd te duur.
Het ontwerp van kerk en pastorie was van architectenbureau Rothuizen-´t Hooft en de firma Fraanje bouwde ze allebei, voor het grootste deel bekostigd door een lening tegen lage rente van gemeenteleden.

Vanaf 1956 gingen ook de hervormden in Lewedorp er kerken, uiteraard in eigen diensten. Vanaf het begin van de jaren ´70 werden er om de 14 dagen gezamenlijke diensten gehouden en toen in 1974 de gereformeerde predikant plotseling werd afgekeurd, waren vanaf dat moment alle diensten gezamenlijk. En zo is het gebleven als een van de eerste gemeenten in Zeeland. Samen op Weg, toen dat nog niet bestond.

Er zijn verschillende verbouwingen geweest: in 1966 vergroting van de consistorie, in de jaren ´80 werd de hal vergroot en verfraaid en weer later werden  kerkenraadsbanken en kansel verwijderd om plaats te maken voor een podium en werden er een nieuwe lessenaar, liturgische tafel en doopvont aangeschaft. En tenslotte, in 2000 werden banken en houten vloer verwijderd, werd er vloerverwarming aangelegd en werd ook de entree weer vergroot en verfraaid met twee glazen deuren, versierd met liturgische symbolen.














Orgel

Het orgel is gebouwd door de fa. S. de Wit uit Badhoevedorp en is een unit-orgel. De speeltafel staat achterin de kerk op de grond en het orgel staat boven. Oorspronkelijk had het één klavier met pedaal en had het geen kas.
In 1985 werd het orgel door de drie eigen organisten met hulp van de bouwer grondig verbouwd; er werden stemmen compleet gemaakt, andere stemmen bijgeplaatst en een nieuwe kas gebouwd. Dit alles met gebruikmaking van pijpwerk van het gesloopte Standaartorgel uit de gereformeerde kerk van Koudekerke. De fa. A.Nijsse & Zn uit Oud-Sabbinge die het orgel in onderhoud had, plaatste een nieuwe tweeklaviers speeltafel.
Het orgel heeft 14 stemmen, verdeeld over beide registers en het pedaal.























Voor meer informatie, zie ook het boekje: Protestanten en hun kerk in Lewedorp, verkrijgbaar bij de kerkenraad. Stuur hiervoor een e-mail naar de scriba van de kerkenraad Stephan de Visser.


























Bethelkerk in Nieuwdorp

Inmiddels is het weer een paar jaar geleden dat we herdachten, dat 100 jaar geleden, het toen nieuwe gebouw door onze opa’s en oma’s in gebruik werd genomen. Dat was in 1918. Bij die herdenking behoorde een jubileumboek en daar heeft Jan Polderdijk voor gezorgd. Ik zal proberen om de hoogtepunten op één bladzijde weer te geven. Het zou logisch zijn om daarbij het jaar 1918 als startpunt te nemen, maar een stukje voorgeschiedenis er bij  kan veel verklaren.

In de eerste helft van de 19e eeuw was Nieuwdorp samen met ‘s Heerenhoek één kerkelijke gemeente. Het kerkgebouw stond in ’s Heerenhoek. De Nieuwdorpers liepen op zondag één of twee keer heen en weer. De gereformeerde kerk aan de Ring was er nog niet en er was ook nog geen katholieke kerk in ’s Heerenhoek. Na Napoleon vond de nieuwe overheid, onder leiding van Willem 1, eenheid zeer belangrijk. Ook op kerkelijk gebied wilde men geen gedoe. Dat er katholieken waren, nou ja, daar viel niets meer aan te doen. Maar bij de protestanten, met hun voortdurende interpretatieverschillen, kon men nog bijsturen dacht men. Er kwam dan ook een staatskerk voor alle protestanten. Afsplitsing zou worden tegengegaan, maar de praktijk was weerbarstig. Nieuwdorp was één van de eerste plaatsen in Nederland waar de gereformeerden zich afsplitsten. Zij kregen vergunning voor de bouw van een kerk en in 1841 stond die er. In 1874 werd in ’s Heerenhoek de katholieke kerk gebouwd en er kwam al snel een school bij. Een kleine volksverhuizing was het gevolg. ’s Heerenhoek werd een overwegend katholiek dorp.

Het kerkgebouw van de hervormden, de nieuwe naam na afsplitsing van de gereformeerden, bleef vooralsnog in ’s Heerenhoek, maar het overgrote deel van de kerkgangers woonde in Nieuwdorp. Na enkele jaren van touwtrekken werd besloten om ook in Nieuwdorp een kerk te bouwen. Dat werd de Bethelkerk die in 1918 in gebruik werd genomen. Heel belangrijk bij de totstandkoming van het kerkgebouw waren de gebroeders Dominicus. Eén van hen was eigenaar van de grond en had daar een boomgaard. Toentertijd was TBC nog een levensbedreigende ziekte. Frisse lucht zou de patiënten goed doen. Daarom kuurden die buiten in een houten tentje. Een zoon van Dominicus had ook TBC en zijn tentje stond in die boomgaard. Hij heeft het niet gehaald en is overleden. Een drama dat voor Dominicus aanleiding was om zijn grond te schenken aan het kerkbestuur onder de voorwaarde dat de preekstoel zou komen te staan op de plaats waar het tentje stond. Vandaar dat de kerk zover naar achteren opschoof.
























Bij de keuze van de architect mocht het blijkbaar wel wat kosten, want niemand minder dan architect van der Kloot Meyburg werd gevraagd om het ontwerp te maken en de bouw te begeleiden. Het werk zelf werd gegund aan aannemersbedrijf Dronkers, de laagste inschrijver, voor een bedrag van 24.224 gulden. Het werd een kwalitatief degelijk gebouw. In de loop der jaren is er maar weinig aan gewijzigd. Zelfs de oorspronkelijke banken, die zijn gemaakt door H. Steenblok, staan er nog.

Het orgel werd geleverd door orgelbouwer Standaart en veel later nog eens gerestaureerd door de firma Nijsse.

Met de bouw van de pastorie moest men nog even wachten en sparen, maar 10 jaar later stond die er ook. De pastorie is inmiddels geen eigendom meer van de kerk.
Ik vind het heel opmerkelijk dat de bouw van de kerk zowel werd opgestart als afgerond tijdens de eerste wereldoorlog. Heel de wereld stond in brand en in Nieuwdorp bouwden ze een kerk. Of onze voorouders hadden een onbegrensd vertrouwen in de goede afloop of men had nauwelijks oog voor wat zich buiten de vertrouwde omgeving afspeelde.

Aan het eind van de tweede wereldoorlog in 1944, bij de beschieting door de Duitsers, werd vooral de toren beschadigd. Trouwens wel interessant om te weten is, dat er tijdens die oorlogsjaren nog drie onderduikers in de kelder van het gebouw zaten. Op de keldermuur staat nog een ingekleurde tekening van Adri van Wijngen, één van die onderduikers. De datering staat er onder nl. 13-1-1943.



In de ramen zijn de namen gegraveerd van de in het betreffende jaar overleden leden. Daarmee is men in 2008 begonnen.

De afsplitsing van de gereformeerden in 1836 heeft destijds aan beide zijden veel pijn gedaan. Inmiddels zijn de hervormden en gereformeerden weer samen. De scheidslijn is weg. Gelukkig maar. Het gebouw aan de Ring staat er nog wel, maar het is nu een wooncomplex.

En ja, nu wordt de Bethelkerk verkocht aan de burgerlijke gemeente die er een dorpshuis van gaat maken. Het buitenaanzicht blijft behouden. Er is afgesproken dat ze voorzichtig om zullen gaan met de preekstoel en de ramen. De verkoop overigens is nog niet helemaal rond. Er is nog een belangrijke ontbindende voorwaarde. De gemeente moet wel het geld hebben om de plannen te kunnen realiseren. Tijdens de verbouwing zullen we moeten uitwijken naar de noodkerk in het bevrijdingsmuseum. We zijn welkom heeft de familie Traas gezegd. Na de verbouwing kunnen we weer terug. Nog 10 jaar mogen we gebruik maken van ons oude gebouw. “Om niet”, zo staat er in het contract.

Overigens, de aanduiding van het gebouw als Bethelkerk is pas van de laatste jaren. We hadden hier op het dorp drie kerken en die werden, in oorspronkelijk Nieuwedurps, als volgt onderscheiden: de hervormde kerke, de griffemeerde kerke en ‘toudgriffemeerde kerkje.
Bethelkerk, we zijn van je gaan houden!!  Al meer dan 100 jaar horen we je klokken elke keer voor aanvang van een kerkdienst. Die klokken luiden ook bij belangrijke gebeurtenissen zoals bij een huwelijk en bij het afscheid van  een geliefde.

Adri Rottier


Petruskerk ’s-Heer Arendskerke

Vermoedelijk is de huidige kerk gebouwd eind 14e begin 15e eeuw op de plaats van een oudere kerk uit de 13e eeuw als katholieke kerk. De toren is ouder: 13e eeuw naar verluid door een van de heren van Schengen: Arend (met de buik) Het dorp is vermoedelijk naar hem vernoemd.

Toren en kerk zijn gesticht op het hoogste punt van het dorp (zandplaat): zichtbaar de hoogteverschillen met bijvoorbeeld de Slotstraat: ca. 2 meter! De toren is opgebouwd van kloostermoppen uit Zeeuws Vlaanderen met een hoogte van 45 meter. De toren is eigendom van de burgerlijke gemeente.

Het aangebouwde schip, vormgegeven volgens de traditie van de Scheldegotiek met een afmeting van 10X20 meter was oorspronkelijk aan de oostzijde voorzien van een noord- en een zuid koor. De vorm is nog zichtbaar in de gerestaureerde oostgevel. In 1859 zijn deze ruimtes afgebroken en daarvoor in de plaats werd een nieuwe consistorie gebouwd. Het schip is opgebouwd van baksteen bekleed met natuursteen, zgn. ledesteen, een zandsteensoort gedolven in de zandgroeven van Vlaanderen. De kap was oorspronkelijk een open houtconstructie zonder trekbalken . De spatkrachten van de kap worden opgevangen door zware steunberen (contreforts) aan de buitenzijde. Het tongewelf is later bekleed  met houten delen en geschilderd in 1906 , conform meerdere kerken op de Bevelanden. Oorspronkelijk waren de toegangen via de poorten in de noord- en zuidgevel, later via de torenruimte in de westgevel.

De ramen in de noord- en zuidgevel zijn in 1906 gerestaureerd met natuurstenen traceringen en glas in lood i.p.v. de armoedige houten ramen.



Enkele veronderstellingen en gegevens betreffende het kerkgebouw en inventaris:       

14e – 15e eeuw  Het nu niet meer bestaande koor is vermoedelijk het eerst gebouwd, samen met de toren, waartussen later het kerkschip is gebouwd
1578 In dat jaar is de kerk gezuiverd van de beelden en bibliotheek uit de R.K. periode
1578-1583 De kerk stond “woest en ledigh”
1583  Stichting Gereformeerde (Hervormde) gemeente
1649  Preekstoel en doophek worden geplaatst
1650  De herenbank voor de ambachtsheren en schout en schepenen geplaatst
1679  De zilveren avondmaalsbekers met opschrift : “KERCKE BEKERS VAN SHR ARENSKEREKE 1679“













1849  Vermoedelijk door ophoging grond rond de kerk wordt de vloer opgehoogd: enige grafzerken zijn bewaard en opgesteld in de torenruimtes.
1859 Noord-zuidkoor van de kerk wordt gesloopt en vervangen door de huidige consistorie

In 1906 is de kerk grondig gerestaureerd o.l.v. architect Verheul uit Rotterdam en in 2002/2003 gerestaureerd m.n. de kapconstructies en leien dakbedekking.


Het orgel

Het instrument heeft twee handklavieren (manualen) en een voetklavier (pedaal).
Drieëntwintig sprekende stemmen vormen een kleurrijk palet en ook voor de begeleiding van de gemeentezang veel afwisseling.
Het oudste pijpwerk stamt uit de 18e eeuw. Het bouwjaar 1704 is te lezen op de voet van de middentoren.
In 1798 werd het orgel geplaatst in de Willibrorduskerk te Zierikzee. Het had toen één manuaal en een aangehangen pedaal.
In 1868 kwam het orgel in de Petruskerk. De firma Fransen uit Roermond voegde een tweede manuaal toe en een vrij pedaal.
Wie de oorspronkelijke bouwer is geweest is in nevelen gehuld. De herkomst van het orgel is waarschijnlijk Vlaams Brabant.



 
terug